Van ds Jan de Visser op 18 november 2018 Van ds Jan de Visser op 18 november 2018

Een slecht front en een huichelachtige gemeenschap


In het artikel “Eenheid gewenst in lhbt-debat” (RD, 14 november 2018) voert een vijftal prominente reformatorische denkers een pleidooi voor ‘een hecht front en een getuigende gemeenschap’ tegen homo’s (en lesbo’s etc). Ze trappen daarbij echter zo doorzichtig in de door hen zo zorgvuldig gekoesterde valkuilen, dat een reactie niet uit kan blijven.


Het huwelijk in de Bijbel
De basisstelling van het front tegen homo’s is, dat God ons schiep als man en vrouw, en ons het huwelijk schonk als veilige plaats voor onze seksuele behoeften en verlangens. Eenieder die daarvan afwijkt, is een gruwel in Gods ogen, zo weet dit vijftal.
Het gruwelijke ligt echter niet in de homoseksualiteit als zodanig, maar in het onvoorstelbare Schriftmisbruik van deze heren. Onvoorstelbaar Schriftmisbruik!
Correct is, dat God de mens als man en vrouw geschapen heeft; daarover geen misverstand. Maar daarna gaat het mis, enorm mis! God schonk de mens het huwelijk, zo stellen ze. Maar waar is de Schriftuurlijke onderbouwing daarvan? Al eeuwen beweert de kerk dat het huwelijk een instelling van God de Schepper is. Maar niemand is in staat daar een vindplaats in de Heilige Schrift voor aan te wijzen. Niemand. In Genesis 1 en 2 is het woord huwelijk, of iets wat daarop lijkt, niet te vinden.
In zijn beroemde hoofdstuk over het huwelijk, 1 Kor. 7, zegt de apostel Paulus zelfs dat het beter is dat een mens niet aan een vrouw verbonden is. Niet zozeer een man, maar een mens. Niet trouwen is het advies van Paulus. Hoe kun je nu verwachten dat we de Schrift serieus nemen als we massaal dit advies in de wind slaan? Of sterker nog: hoe kunnen we Paulus serieus nemen als hij zo ondubbelzinnig het huwelijk afwijst (hij gebruikt dat woord overigens zelf niet!)? Paulus die lijnrecht tegen een scheppingsinstelling van de Allerhoogste ingaat, gekker moet het toch niet worden in de Heilige Schrift!
Misschien moeten de heren van het front tegen homo’s zich maar eens achter de oren krabben: of het huwelijk is niet zo heilig als ze menen, of Paulus is een ketter. Heel veel meer smaken zijn er niet.

Getrouwde stellen in de Bijbel
Het huwelijk is wat het is, maar is niet door God ingesteld als veilige plaats voor onze seksuele behoeften en verlangens. We lezen nergens dat Adam en Eva, noch voor noch na de zondeval, een huwelijk gesloten hadden. Ook staat nergens, dat iemand als Abraham getrouwd was. Zelfs in het gedeelte, waarin Abram zijn vrouw Saraï laat verkondigen dat zij zijn zuster is (Genesis 12: 10 – 20), komt het begrip huwelijk niet voor. Saraï is zijn vrouw, en wij 21-eeuwers denken daarbij meteen aan een burgerlijk en kerkelijk huwelijk. Maar helaas, dat staat nergens. Isaäk dan? Ook bij hem geen vermelding van een huwelijk zoals wij dat kennen. Sterker nog, lees maar mee in Genesis 24: 67: “Toen bracht Isaäk haar (Rebekka) in de tent van zijn moeder Sara, en hij nam Rebekka, en zij werd hem tot vrouw, en hij kreeg haar lief.” Ondanks alle onderhandelingen die er aan deze scène voorafgingen, valt er weinig anders uit op te maken, dan dat de relatie tussen Isaäk en Rebekka allereerst seksueel van aard was; pas na de seks gedroegen zij zich als elkaars man en vrouw, en pas daarna kregen ze elkaar lief (althans Isaäk kreeg Rebekka lief; of dat andersom ook zo was, weten we niet).
En zo kun je nog wel een tijdje doorgaan. Wat een schade en misverstanden heeft het klassieke huwelijksformulier toch opgeleverd, en wat jammer dat deze intelligente frontlinie-heren hun bijbeltje gewoon niet goed genoeg kennen.


‘Veilige plaats voor seksuele behoeften’
Dat blijkt ook uit het vervolg van de redenering. God zou het huwelijk ingesteld hebben als een veilige plaats voor onze seksuele verlangens en behoeften. Nou, dat valt, voorzichtig gezegd, reuze mee. Tegenvoorbeelden te over. De eerder genoemde Abram verwekte doodleuk een kind bij zijn slavin. Zoon Isaäk had twee vrouwen, en nam er daarna nog twee slavinnen bij. En van Jakob weten we het ook: Rachel, Lea (o nee, andersom) gevolgd door Bilha en Zilpa (Genesis 30). Het rijtje vrouwen van David (Michal, Abigaïl, Ahinoam, Maächa, Haggith, Abital, Egla en Bathseba) wordt op enkele plaatsen moeiteloos aangevuld met de mededeling, dat hij nog meer vrouwen en bijvrouwen nam (2 Samuël 5: 13 en 1 Kronieken 14: 3). En over Salomo hoeven we het dan niet meer te hebben: 700 vorstinnen en 300 bijvrouwen (1 Koningen 11: 3).
Tja, zo beschouwd is het huwelijk van David en Salomo wel een veilige plaats gebleken voor hun “seksuele behoeften en verlangens”: zodra zij een vrouw zagen met wie ze wel naar bed wilden, lijfden ze die in in hun harem. Hoezo huwelijk?!

“Het is niet goed dat de mens alleen zij”
We moeten kennelijk iets nauwkeuriger toezien dan de getuigende gemeenschap van het vijfherenfront gedaan heeft.
God heeft de mens als man en vrouw geschapen. Althans, zo staat het in het eerste scheppingsverhaal (Genesis 1: 26 en 27). In het tweede scheppingsverhaal (Genesis 2: 4 – 25) staat, dat God eerst de man heeft geschapen. Toen sprak God de onvergelijkelijke woorden: “Het is niet goed dat een mens alleen zij.” Vervolgens komen eerst alle dieren voorbij, maar die voldeden naar het idee van God en Adam geen van allen aan het gestelde criterium, namelijk dat Adam een hulpe als tegenover hem moest hebben. En pas daarna creëert God uit de rib van Adam zijn vrouw Eva. En toen zei Adam op een gegeven moment: “Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één vlees zijn.” Let op: Adam zei dat! Als hier dus al een begin van een huwelijk zou zijn neergezet, dan is het nog steeds niet de Allerhoogste die zich hierover heeft uitgesproken.

Kortom, het hele betoog van het ene front en van de getuigende gemeenschap kan zich niet op de Bijbel beroepen als het gaat om het huwelijk.

Tussenstand
Maar daarmee is de lhbt-gemeenschap nog niet helemaal in beeld. Ik zeg met nadruk: nog niet helemaal, want het feit dat het zgn. door God ingestelde huwelijk niet als argument mee kan tellen, maakt nog niet, dat vervolgens alles zomaar kan. Althans, wij zijn geneigd zo te denken. Toch roep ik graag David en Salomo nog even in herinnering.
Het huwelijk als veilige plaats kan dus geen stand houden als argument tegenover het homo-huwelijk, en zelfs niet in discussies over relaties van mensen een ander geslacht.

Paulus en homo’s
Maar stelt Paulus homo’s in de gemeenten die hij gesticht heeft, dan niet op één lijn met hoereerders, afgodendienaars, overspelers, dieven, geldgierigen, dronkaards, lasteraars of oplichters (1 Korinthe 6: 10)? Het antwoord is heel helder: nee! Lees de context, lees de context! Paulus heeft het in dit hoofdstuk over de relatie tussen de gelovigen en de rechtbank. Wat zegt u? Ja, de relatie tussen leden van de christelijke gemeente en de seculiere rechters. Rechters waren in Paulus’ tijd altijd Romeinse rechters, heidenen, ongelovigen in zijn ogen. Kun je niet beter schade lijden of te kort komen, dan dat je je aan de wereldlijke rechter overgeeft? Voorwaar, een aardig standpunt om over door te discussiëren, maar in een ander verband. Die onrechtvaardigen van de wereld ‘out there’ zullen het Koninkrijk Gods niet beërven. Zie maar wat voor onrechtvaardigheden ze bedrijven. En Paulus noemt daarbij als één van deze zaken ‘schandjongens en knapenschenders’. De vertaling, die de vijf heren tegen de homo’s graag volgen, is nogal discutabel. Zij gaan, zonder nader onderzoek, mee met de enige vertaling die dit zo neerschrijft, nl. de Statenvertaling. Nagenoeg geen enkele andere vertaling in binnen- en buitenland neemt dit over, en dat zou toch tot nadenken moeten stemmen.
In genoemd bijbelvers en in 1 Timotheüs 1: 10 staat een woord, dat meestal met knapenschenders vertaald wordt, behalve in de Statenvertaling. En dan staat het vaak in het rijtje van misbruik bij de heidense tempelgodsdiensten. Het is algemeen bekend, dat in sommige tempels bij de Romeinen en Grieken zaken gebeurden die toen niet door de beugel konden, en nu nog steeds niet. Hoezeer de Griekse filosofen en kunstenaars ook liever een jonge jongen als sekspartner hadden dan een vruchtbare vrouw (minder gedoe, meer concentratie op kunst en filosofie), voor veel tijdgenoten was dat alles een gruwel; daar laat je je jonge zoon niet voor gebruiken. Nagenoeg alle zonden die Paulus op genoemde plaatsen opsomt, hebben betrekking op het misbruik zoals dat in de heidense tempels en in de heidense wereld plaatsvond.

Misstanden buiten of in de gemeente?
Natuurlijk kan niemand zich op het standpunt stellen zondenvrij te zijn. Maar aan de andere kant herkent ook niemand de gemeente van Christus in de opsomming van Paulus, zoals hij die in 1 Korinthe 6: 10 en 1 Timotheüs 1: 10 doet. Kortom, áls Paulus homoseksuelen al veroordeelt, dan gaat het om apert en aantoonbaar misbruik van seksuele relaties in de heidense wereld buiten de gemeente.
Je zult Paulus niet horen over de inhoud van de (seksuele) relaties binnen de gemeente. Natuurlijk is het standaardverhaal van één man met één vrouw het uitgangspunt. Maar nergens hoor ik Paulus fulmineren tegen homoseksuele misstanden in de gemeente. Wel laakt hij de misstanden op seksueel gebied buiten de gemeente. Dat kan twee dingen betekenen: of Paulus vermoedde, dat er geen homo’s binnen de christelijke gemeente waren, of – en dat is veel aannemelijker – hij heeft geen moeite met homo’s binnen de gemeente. In het Koninkrijk van God bestaat geen seksuele norm. Om te beginnen zouden de aartsvaders en de grote koningen al afvallen.
Op het gebied van de liefde bestaan er twee andere normen in het Koninkrijk: de Heere uw God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf. Meer is er niet, en met minder kan het niet. Nergens vraagt er iemand om je seksuele geaardheid te verloochenen, teneinde als ongelukkig en gehavend mens je toch voor te kunnen doen als een blij en bevrijd kind van God.


Waar liefde woont …
Ooit is mij gevraagd wat ik van het homo-huwelijk vind, en met alle Bijbelkennis die in mij is (zie ook hierboven) kon ik maar één antwoord vinden. Dat lag in het Boek der Psalmen: Waar liefde woont, gebiedt de Heer zijn zegen (Ps. 133: 3 OB).

Het front van getuigenissen zoals de Heeren Vijf dat graag zien, is breekbaar en broos. Het liegt en verdraait de bijbelse waarheid. Wie wil spreken over menselijke liefde, zal het moeten hebben over de liefde in de christelijke gemeente. Laten we van die liefde zingen, en daar één hecht front en een getuigende gemeenschap in vormen!

Middelharnis, november 2018


Mr.drs. Jan de Visser
Predikant Hervormde Exodusgemeente Middelharnis – Sommelsdijk
 

terug