Zondag 8 juli 2018 Bevestigingsdienst ds Jan de Visser

Zondag 8 juli 2018 Bevestigingsdienst ds Jan de Visser







 

Liturgie


voor de dienst van bevestiging en intrede van

ds. Jan de Visser


als predikant van de Exodusgemeente
Middelharnis - Sommelsdijk

zondag 8 juli 2018, 14.30 uur

Exoduskerk, Dorpsweg 97a, Sommelsdijk
 
VOORBEREIDING

Inleidend orgelspel: G.F. Händel (1685 – 1759), Orgel¬concert opus 4, no. 2 in Bes, HWV 290

Welkom en mededelingen

Openingslied Psalm 100: 1 cantorij, 2 allen, 3 cantorij, 4 allen

1 Juicht Gode toe, bazuint en zingt.
Treedt nader tot gij Hem omringt,
Gij aard’ alom, zijn rijksdomein,
Zult voor de HEER dienstvaardig zijn.















3 Treedt statig binnen door de poort,
Hier staat zijn troon, hier woont zijn Woord.
Heft hier voor God uw lofzang aan:
Gebenedijd zijn grote naam.















Moment van stilte
v.    Onze hulp is in de Naam van de HEER
g.    DIE HEMEL EN AARDE GEMAAKT HEEFT.
v.    Die trouw houdt tot in eeuwigheid 
g.    EN NIET LAAT VAREN HET WERK VAN ZIJN HANDEN
a.    AMEN

Kyriegebed, gevolgd door Gezang 301a













Glorialied: Gezang 304
















2 Zing van de Zoon, het licht voor onze ogen,
bron van geluk voor wie Hem wil geloven:
luister naar Hem het woord van alzo hoge:
houd Hem in ere!

3 Zing van de Geest, de adem van het leven,
duurzame kracht die mensen wordt gegeven.
Waar wij ook gaan, wij hebben niets te vrezen:
houd Hem in ere!

Cantorij: Victor C. Johnson (*1978), Deo dicamus gratias


DIENST VAN DE BEVESTIGING

Inleidend woord
In een tijd waarin het vanzelfsprekend is geworden, dat wij eisen aan het leven stellen; een tijd die – met de mond althans – gelijke rechten voor iedereen belijdt, valt het ons moeilijk te bedenken dat de Schriften daar de nodige vragen bij stellen.

Profeten en apostelen weten namelijk maar al te goed hoe weinig wij geneigd zijn elkaar daadwerkelijk te eerbiedigen.
Is er wel íemand, die vóór alle dingen de zeggenschap zoekt van Gods gerechtigheid?
Daarom moeten wij bij de hand genomen worden en op een weg gebracht, die niet doodloopt; onze eigen kleingelovigheid behoeft dat evenzeer als de algemene zelfzucht en achterdocht, waardoor de wereld wordt verwoest.
Wij hebben het gezag te aanvaarden van het woord, dat tot Israël is gesproken en dat ook op onze harten beslag heeft gelegd door de dood en opstanding van de Messias Jezus, onze Heer.
In iedere tijd opnieuw zal dit woord gestalte moeten krijgen, wil de grote dag des Heren niet worden vertraagd maar verhaast.

Zolang wij het leven in eigen hand nemen en genadeloos alles blijven doen, wat wij kunnen, verhinderen wij de verheerlijking van het mensenbestaan, zoals dat ons is toegezegd, en lokken wij niets anders uit dan vervreemding.
Als wij de vreugdevolle rust tegemoet gaan van Gods komende sabbat, moeten wij van ophouden weten en alle eigenzinnig¬heid afleggen.

* * 

Intussen ontdekken we, gemeente, dat de mensen niet pas sinds kort door de zonden van aanmatiging en voorbarigheid worden opgejaagd. Al van de oudste tijden af hebben wij ons tegen de priesterlijkheid verzet en liever ten koste dan ten bate van elkaar geleefd.

Daarom heeft de Heer al aanstonds enkele van zijn volgelingen aangewezen om een bediening van verzoening te belichamen. Als goede herders moesten zij de kudde gaan hoeden van degenen die bereid zijn naar de stem van God te horen.
En zó indringend moest hun verkondiging van de blijde boodschap dan ook worden, dat wij de geesten zouden leren onderscheiden of ze uit God zijn.
Het werd hun taak de Schriften te openen en de gemeente van de Messias op te bouwen tot een middelpunt van vrede; zonder ophouden moest er immers voorbede gedaan worden voor een wereld die van geen afkomst of toekomst weet.
Zó kon er ook vorm worden gegeven aan een tafelgemeen-schap, die durft te dromen van de maaltijd der volkeren op Gods heilige berg, en daarom telkens weer haar ongeloof belijdt, van onderdrukking en gebrek.

Kort samengevat:
het doopbestaan moest worden voortgezet van Hem, onze Heer, die het vanzelfsprekend heeft gevonden alle gerechtig-heid te volbrengen en als de minste der mensen in ons midden te zijn. ‘Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u’, heeft Hij tot zijn discipelen gezegd.
Daarmee heeft Hij hen tot apostelen gemaakt, die vrijmaking mochten verkondigen aan allen die hun armoede en machte-loos¬heid willen erkennen; zonder aanzien des persoons zouden zij dan ook de machtswaan van de rijkdom moeten ontmas¬keren, waar die niettemin wordt gekoesterd.

Wie alzo de wereld in worden gezonden, zullen hun opdracht vaak genoeg ervaren als een bijna bovenmenselijke last; het is een lot waarin zij delen met allen die op enigerlei wijze een ambt te dragen krijgen en daardoor niet meer kunnen spreken of handelen voor eigen rekening.
Zeker dit ambt echter draagt in werkelijkheid juist hén, zoals zij trouwens ook gedragen en in het rechte spoor gehouden worden door diakenen en ouderlingen, die zich net als zij bereid verklaren tot de bescheidenheid van een belangeloze toewij¬ding.

* *

In de kerk van Christus zijn wij ervan overtuigd, dat dergelijke dienaren tot het einde der wereld onmisbaar zijn; en wij houden het voor een groot geschenk dat zij er ordelijk toe worden gezet de woorden te bewaren die van geslacht op geslacht ons leven bezegelen.
Woorden zijn dat van troost en tucht, die stichten en niet afbreken, die sterken en niet ontmoedigen, die zegen willen brengen en geen vloek, die opwekken en niet doden.

En omdat wij ook vandaag die traditie mogen voortzetten, willen wij nu en de Naam des Heren deze dienaar, Jan de Visser, in zijn ambt bevestigen.

Laat ons bidden.

Gezegend zijt Gij, Heer onze God, die Israël uit Egypte hebt bevrijd en uitgeleid door de dienst van Mozes, Mirjam en Aäron. Gij die uw volk profeten, priesters en koningen hebt gegeven, mensen geroepen tot uw dienst, gezalfd met uw Geest.

Gezegend zijt Gij, Heer onze God, die uw Zoon hebt gezonden, Jezus de Messias, die kwam om te dienen en die mensen heeft geroepen om in zijn naam elkaar bij te staan en de weg te wijzen.

Gij zijt het, die ook heden uw gemeente een dienaar beschikt om haar voor te gaan in verkondiging en viering, om haar te leren en te leiden en zo uw volk toe te rusten tot goede woorden en werken.

Wij bidden U: geeft hem die in zijn ambt bevestigd wordt, dat hij gehoorzaam aan uw roepstem en vertrouwend op uw beloften, vrijmoedig uw woord zal spreken tot eer van uw Naam, tot vreugde voor ons allen door Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer die met U en de heilige Geest één enig God leeft en regeert in eeuwigheid.
Gem.
AMEN.

Vragen 
Geliefde broeder, beste Jan,
eenmaal ben je bevestigd in het ambt van dienaar des Woords. Daarbij heb je uitgesproken dat je de Heilige Schrift, bij het licht waarvan wij leven, aanvaardt als enige regel van het geloof, en dat je ook verwerpt en daadwerkelijk wilt tegenstaan al wat daarmee strijdig is.
Je hebt beloofd geheim te houden waar je vertrouwelijk van kennis heb genomen, en je hebt verklaard je te onderwerpen aan de tucht van het geloof en het opzicht van de kerk.

Nu je, na veertien jaar ontheffing, de ambtsbediening in de Exodusgemeente Middelharnis-Sommelsdijk zult voortzetten, vraag ik je het volgende:
Ben je er ten volle van overtuigd dat God zelf je door deze gemeente tot dit dienstwerk heeft geroepen?

Antwoord:
Ja.

En beloof je je ambt ook op deze plaats getrouw te bedienen, met liefde voor de gemeente en voor alle mensen die de Heer op je weg brengt?

Antwoord:
Ja, van harte.

Gebed
Verhoor ons, o God onze Heiland, en stort over uw dienstknecht Jan de Visser de gaven van uw heilige Geest, die nodig zijn voor de vervulling van zijn ambt. 
Zie in gunst neer op hem die wij aan U opdragen om gewijd te worden aan uw dienst en verleen hem de onuitsprekelijke rijkdom van uw genade. Door Jezus Christus onze Heer.
Gemeente:
AMEN.

Handoplegging
God onze hemelse Vader, die jou geroepen heeft tot deze heilige dienst en in wiens Naam wij je thans in het ambt van Dienaar des Woords bevestigen, verlichte je door zijn Geest en sterke je door zijn hand. Hij zegene je alzo in deze bediening dat zijn gemeente onder jouw handen wordt gebouwd tot verhaasting van de heerschappij van de Messias Jezus, zijn Zoon.
Amen.
Handoplegging door overige predikanten. 

Zingen Gezang 363

















Vraag aan de gemeente
Gemeente,
Nu Jan de Visser in het ambt van Dienaar des Woords is bevestigd en aan de Exodusgemeente van Middelharnis-Sommelsdijk is verbonden, belooft u hem in uw kring te ontvangen, zoals dat van de kerk van Christus verwacht mag worden, hem te omringen met uw medeleven, te dragen in uw gebeden en met hem mee te werken in de dienst aan onze Heer?
Wat is daarop uw antwoord?
Gemeente:
JA, VAN HARTE.

Dankzegging
Wij danken U, Heer onze God, dat Gij mensen bereidvaardig maakt om zichzelf te verliezen en voor anderen in te staan; dat Gij voorgangers schenkt aan uw gemeente en ambtsdragers om haar de weg te wijzen.
Geef hun de wijsheid van uw liefde en de voortvarendheid van uw heilige Geest, opdat wij hen leren eerbiedigen en vertrouwen, alsof Gij zelf ons bij de hand hebt genomen.
Voor allen die het ambt dragen, bidden wij: dat het hun niet te zwaar zal vallen, dat het geen dekmantel zal zijn voor menselijke eigenzinnigheid en geen verontschuldiging voor onvolwassenheid of bemoeizucht.
Wij bidden U, dat zij ons het rechte woord leren spreken op de rechte plaats. Houd hen staande, ook wanneer vijandschap en tegenkanting hen bedreigen, zodat de wereld weten zal dat Jezus Christus een betrouwbaar Leidsman is, een raadgever en toeverlaat voor wie verbijsterd geraakt zijn.
Voor heel uw kerk bidden wij en voor deze gemeente in het bijzonder: dat het – alle eenzelvigheid en eenzaamheid ten spijt – aan haar zal zijn af te lezen, dat Gij onze begeleider zijt en onze gids.
Breek bij ons allen de weerstand tegen uw Geest opdat Gij niet in vergeefsheid omziet naar uw medestanders, maar ons aan uw zijde vindt in geloof aan uw toekomst.
Gemeente:
AMEN.

Cantorij: Stuart K. Hine (1899 – 1989; bew.), How great Thou art!


DIENST VAN HET WOORD

Gebed om de opening van de Schriften

Moment voor de jeugd

Inleiding op de lezingen

Eerste lezing Exodus 14: 19 – 22 
19Toen verliet de Engel Gods, die vóór het leger van Israël uitging, zijn plaats en ging achter hen aan; ook verliet de wolkkolom haar plaats aan hun spits en ging achter hen staan. 20Zo kwam zij tussen het leger van de Egyptenaren en dat van de Israëlieten in, – en de wolk was duisternis, maar tegelijk verlichtte zij de nacht – zodat de een de ander niet kon naderen, de gehele nacht.
21Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee en de Here deed de zee de gehele nacht door een sterke oostenwind wegvloeien, maakte haar droog, en de wateren werden gespleten. 22Zo gingen de Israëlieten in het midden der zee op het droge; terwijl rechts en links de wateren voor hen waren als een muur.

Zingen Psalm 84: 3 en 4

























4 Van kracht tot kracht gaan zij steeds voort.
Hun lied weerklinkt van oord tot oord,
tot zij Jeruzalem betreden,
waar alle pelgrims binnengaan
om voor Gods aangezicht te staan.
Aanvaard, o HEER, ook mijn gebeden.
Verhoor mij, God van Israël,
die alles leidt naar uw bestel.


Tweede lezing: Marcus 6: 1 – 6a 
1En Hij vertrok vandaar en kwam in zijn vaderstad, en zijn discipelen volgden Hem. 2En toen de sabbat aangebroken was, begon Hij te leren in de synagoge. En zeer velen van die Hem hoorden, stonden versteld en zeiden: Waar heeft Hij deze dingen vandaan en wat is dat voor een wijsheid, die Hem gegeven is? En zulke krachten, als door zijn handen geschieden? 3Is dit niet de timmerman, de zoon van Maria, en de broeder van Jakobus en Jozef en Judas en Simon? En behoren zijn zusters hier niet bij ons? En zij namen aanstoot aan Hem. 4En Jezus zeide tot hen: Een profeet is alleen in zijn vaderstad en onder zijn verwanten en in zijn huis ongeëerd. 5En Hij kon daar geen enkele kracht doen; alleen genas Hij enige zieken door handoplegging. 6aEn Hij verwonderde Zich over hun ongeloof.

Zingen Gezang 339a














Uitleg en verkondiging

Muziek na de preek: J.S. Bach (1685 – 1750), Sinfonia no. 5 in Es, BWV 791

Zingen Gezang 974: 1, 2 en 5

























2 Wij zijn aaneengevoegd, / bedacht met uw genade.
Op liefde hebt Gij ons / gebouwd, bedeeld met gaven.
En wat wij zijn draagt bij / tot welzijn van elkaar.
In onze eenheid wordt / uw liefde openbaar.

5 God, laat geen mensenkind / uit uw ontferming vallen.
Weer met uw ruime hart/ het kwade van ons allen.
Gij zijt te goeder trouw / geweest van het begin.
Vasthoudend blijft Gij tot / uw liefde overwint.


DIENST VAN GAVEN EN GEBEDEN

Collecten
1e rondgang t.b.v. de Kerk
2e rondgang t.b.v. Vluchtelingenwerk Goeree-Overflakkee

Gebeden
Dankzegging
Voorbeden, steeds besloten met Gezang 367e





Stil gebed
Onze Vader:
Onze Vader, Die in de hemelen zijt. 
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome. 
Uw wil geschiede, zoals in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schulde-naren vergeven.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de bo-ze. 
Want van U is het Koninkrijk en de kracht 
en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. 
Amen.


HEENZENDING EN ZEGEN

Slotlied Gezang 868: 1, 2 en 5






















2  Lof zij de Heer, Hij omringt met zijn liefde uw leven;
    heeft u in ‘t licht als op adelaarsvleug’len geheven.
    Hij die u leidt,
    zodat uw hart zich verblijdt,
    Hij heeft zijn woord u gegeven.

5  Lof zij de Heer met de heerlijkste naam van zijn namen,
    christenen looft Hem met Abrahams kinderen samen.
    Hart wees gerust,
    Hij is uw licht en uw lust.
    Alles wat ademt zegt: Amen.

Zegen, beantwoord met Gezang 431c






U wordt verzocht na de zegen nog even te gaan zitten voor enkele welkomstwoorden.

Uitleidend orgelspel: G.F. Händel (1685 – 1759) Voluntary no. 11 in D

Na afloop van de dienst is er gelegenheid onder het genot van een hapje en een drankje elkaar te ontmoeten, en Jan en Hannie de Visser welkom te heten in onze gemeente.

Aan de totstandkoming van deze dienst hebben bijgedragen:

Voorgangers:
ds. Jan de Visser
ds. Geb van Doornik
ds. Helene Perfors
ds. Bert Kuipers

Medewerkers:
Cantorij van de Exodusgemeente o.l.v. Johan van Broekhoven
Organist: Piet Westhoeve
Ouderling van dienst: Antoinette van der Veken 
Diakenen van dienst: Joke van Driel
 
terug